Hoofdkantoor Rijssen
De Stroekeld 1
7462 ZZ Rijssen
Vestiging Enschede
Nijverheidstraat 3
7511 JM Enschede
Telefoonnummer:
0548 - 533 533
Faxnummer:
0548 - 533 566
VeltenGroep » Nieuws
Dinsdag 16 augustus 2011 - De premies voor autoverzekeringen stijgen fors na jaren van dalingen.
In juni 2011 stond de Independer.nl autopremie index 11% boven de stand van juli 2010. Een groot contrast met de dalende trend die in 2006 inzette. Van augustus 2006 (index: 100) tot mei 2008 (index: 69) daalden de gemiddelde premies van de voordeligste nieuw afgesloten verzekeringen met 31%. In 2009 en 2010 stegen de nieuwe premies licht (+2,7%). Dat blijkt uit de autopremie index die Independer.nl sinds 2006 bijhoudt. Deze index staat inmiddels op 84 en ligt dus nog 16% lager dan in 2006.
Met name de laatste paar maanden zijn de premies voor autoverzekeringen snel gestegen. DNB waarschuwde eind 2010 dat de autopremies te laag waren, waardoor de financiële positie van de verzekeraar in gevaar zou kunnen komen. Verschillende autoverzekeraars (zoals Univé, ASR en Budgio) kondigden de afgelopen maanden al premieverhogingen aan. Deze zomer verhoogden ook de Goudse (+5%), Onna-onna (tot 20%) en Acura hun premies. Autoverzekeraar Acura verhoogde de premie zelfs met 50%. Per 1 september verhogen ook Ditzo (tot 30%), Bruns ten Brink (+7,5%) en OHRA hun premies. Naast deze premiestijgingen worden de premies ook hoger doordat goedkope aanbiedingen soms niet meer bestaan (bijvoorbeeld Ineas). Ook worden sommige scherpe aanbiedingen alleen aan beperkte segmenten aangeboden.
Independer.nl houdt sinds augustus 2006 een autopremie index bij en heeft daarmee voortdurend zicht op premieschommelingen. De index is gebaseerd op de honderdduizenden vergelijkingen die maandelijks door consumenten op Independer.nl worden uitgevoerd en werd in 2006 op 100 gesteld. Daarna zijn de premies ruim twee jaar steeds verder gedaald tot een niveau van rond de 70.
Ondanks deze premiestijgingen kunnen de meeste consumenten nog steeds besparen als ze nu overstappen. De duurste autoverzekeringen zijn 2 tot 4 keer zo duur als de goedkoopste alternatieven met goede voorwaarden.
Dinsdag 16 augustus 2011 - De Nederlandsche Bank heeft onderzoek gedaan naar de financiële mogelijkheden van autoverzekeraars. Die blijken niet al te rooskleurig. Als de autopremie niet omhoog gaat, komen zij in financiële problemen, zo meldt de Nederlandsche Bank. Het zou om bijna de helft aan de 28 autoverzekeraars gaan.
In totaal gaat het om twaalf verzekeringsmaatschappijen, waarvan het leeuwendeel internetverzekeraars betreft. Zij rekenen volgens de toezichthouder structureel een te lage premie, met alle risico‘s van dien.
„De betrokken verzekeraars zijn hier inmiddels op aangesproken. We kunnen geen premieverhoging opleggen, maar dat zou wel een gevolg kunnen zijn van de financiële positie. Twee verzekeraars hebben inmiddels extra voorzieningen getroffen om te voorkomen dat ze in problemen komen“, licht een zegsman toe.
Reserves
Onder druk van nieuwkomers is er de afgelopen jaren een ware prijzenslag geweest onder autoverzekeraars. Vorig jaar december kondigde DNB een onderzoek aan naar de autoverzekeringsmarkt, omdat er signalen waren dat een aantal verzekeraars mogelijk niet genoeg reserves in kas had als er veel schadeclaims zouden worden ingediend. In augustus 2010 ging de eerste online autoverzekeraar Ineas over de kop. Het Verbond van Verzekeraars zegt het toe te juichen dat DNB de vinger aan de pols houdt.
„De premies dalen al jaren en dat is goed voor de consument. Wij sluiten ook niet uit dat er een opwaartse druk op de premies komt. Maar het is niet verboden polissen onder de kostprijs aan te bieden. Zolang de vermogenspositie op langere termijn maar voldoende blijft om uitschieters in claims, als zich bijvoorbeeld weer een strenge winter voordoet, op te kunnen vangen“, aldus een woordvoerder. Gemiddeld daalde de autopremie vorig jaar van 345 euro tot 322 euro. Volgens Verzekeringssite.nl rekent een dure verzekeraar een wel 2,7 keer hogere premie dan een goedkope verzekeraar.
Bron: Telegraaf 16 augustus
Woensdag 06 juli 2011 - Met de vakantie in aantocht gaan we plannen maken voor de komende vaarvakantie. Heb je een kleine boot en een voldoende zware auto? Dan valt te overwegen de boot op de trailer naar nieuwe vaargebieden mee te nemen. Kan dat zomaar en waar moet je dan op letten? In dit artikel lees je over de combinatie auto-trailer-boot. In volgende artikelen krijg je informatie over het rijden met een dergelijke combinatie en over de verplichte documenten en regelgeving.
Om zelf je boot achter de auto mee te nemen is wel een goede voorbereiding nodig. En er moeten keuzes worden gemaakt. Zoals, welke auto gebruik je? Wat voor trailer? En uiteraard wat voor een boot? Deze drie zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De auto
We beginnen bij de auto. Als je met je eigen auto wilt gaan traileren, dan bepaalt dat direct hoe zwaar de combinatie boot-trailer maximaal mag zijn. Op het grijze aanvullingsblad, of nieuwe groene kenteken, staat aangegeven wat je maximaal mag trekken. Als voorbeeld nemen we 1.500 kilo. De volgende keuze is de trailer: een gemiddelde enkelasser weegt 300-350 kilo en een gemiddelde dubbelasser 400-450 kilo.
Laten we als voorbeeld een enkelasser nemen van 325 kilo. Dit betekent dat je een bootgewicht mag vervoeren van 1.500 minus 325 is 1.175 kilo. Aangezien de praktijk uitwijst dat de meeste boten 20% zwaarder zijn dan in de folder wordt aangegeven, kom je dus op een 'foldergewicht' van 940 kilo. Je boot mag dus niet zwaarder zijn dan maximaal 940 kilo.
Heb je een zwaardere boot, dan zul je, terugrekenend, komen bij een zwaardere en dus duurdere auto. Op internet (bijvoorbeeld www.caravantrekker.nl) kan je auto's selecteren op trekkracht, maar ook op andere eigenschappen.
Vraag bij aankoop van een boot met trailer altijd om de totale combinatie in je bijzijn te laten wegen. De trailer-boot combinatie moet daarbij afgekoppeld met het neuswiel op de weegbrug staan. Kies hiervoor een weegbrug waarmee ook zogeheten 'ambtelijk' wegen uitgevoerd wordt. Deze bruggen zijn nauwkeurig geijkt.
De boot
Een belangrijke beperking bij de keuze van de boot is de breedte. Deze mag niet meer dan 2,50 meter bedragen. Meet het na, want ook hier is vaak een verschil tussen 'folderbreedte' en werkelijke breedte. De Duitse politie is hier bijvoorbeeld heel streng op en meet combinaties onderweg regelmatig na.
Nu nog de keuze van de boot. Hoe meer comfort, hoe meer gewicht. Voor het overige geldt: Welk vaargebied? Wel of geen kraangebruik? Enzovoort. Deze en nog andere zaken bepalen de persoonlijke keuze voor een bepaalde boot. Als je net begint met traileren, valt het te overwegen eerst op de tweedehandsmarkt te kijken. Voor een nieuwe, trailerbare boot betaal je al gauw tegen de € 25.000,-. Als het niet bevalt, verkoop je de boot vaak met € 3.000,- tot € 6.000,- verlies. Op de tweedehandsmarkt zijn een aantal typen boten ruim voorradig. Bevalt de boot niet, dan is hij tegen een verlies van € 500,- tot € 1.000,- snel te verkopen.
De trailer
Boottrailers zijn er in allerlei soorten en maten. Er bestaan speciale boottrailers voor speedboten, zeilboten, visboten, kielboten en waterscooters. Dit zijn allemaal trailers voor op de openbare weg. Tot 750 kilo mogen deze trailers ongeremd zijn. Vanaf 750 kilo moeten ze niet alleen geremd zijn, maar ook voorzien zijn van een kenteken en registratiebewijs. Ze worden voor de wet gelijkgesteld aan een aanhangwagen. Voor alle oudere boottrailers geldt dat ze moeten zijn aangepast aan de huidige wetgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van de vereiste verlichting.
Daarnaast bestaan er voor grotere zeilboten en motorboten nog speciale stallingtrailers en trolly- en bootbokken. Dit zijn speciale trailers en bokken die niet op de openbare weg mogen, maar bedoeld zijn om de boot op het terrein van en naar de winterstalling te vervoeren.
Naast de specifieke trailers voor de verschillende soorten boten, bestaan er natuurlijk verschillen in lengte, draagvermogen en breedte, maar ook een verschil tussen kantelbare trailers en niet kantelbare trailers.
Maandag 04 juli 2011 - Het kabinetsbesluit om de overdrachtsbelasting tijdelijk te verlagen van zes naar twee procent levert de consument een flinke besparing op bij de aankoop van een bestaande woning. Een gezin met een jaarinkomen van € 40.000 bespaart bij de aankoop van een huis van
€ 150.000 per maand circa € 25 netto doordat de bijkomende kosten met € 6.098 afnemen. Een gezin met een inkomen van € 60.000 houdt € 37 op zak bij de aankoop van een woning van € 250.000 door een besparing van totaal € 10.167 op de extra kosten. Dit blijkt uit een berekening van UNIT4.
De huizenverkoop in Nederland zit muurvast. Om hierin verandering te brengen, heeft het kabinet afgelopen vrijdag besloten om de overdrachtsbelasting tijdelijk te verlagen van 6 procent naar 2 procent. Iedereen die een huis heeft gekocht dat na 15 juni 2011 is overgedragen, profiteert hiervan. UNIT4, leverancier van de hypotheeksoftware Efdece heeft de financiële gevolgen van deze belastingverlaging uitgerekend aan de hand van twee voorbeelden met een veel voorkomende hypotheekconstructie met een gemiddelde 10 jaars rente.
Een gezin met een jaarsalaris van € 40.000 betaalde voor de verlaging voor een woning van anderhalve ton € 728 netto per maand aan rente en aflossing. Maar als het gezin bij dit lage percentage overdrachtsbelasting hetzelfde huis koopt, dan scheelt dit maandelijks € 25 tijdens de totale looptijd van de hypotheek.
Een gezin met een gezamenlijk jaarinkomen van € 60.000 betaalde voor een woning van € 250.000 netto per maand € 1.040 aan rente en aflossing. Dankzij de verlaging van de overdrachtsbelasting is het maandbedrag geslonken naar € 1.003. Dit komt neer op een besparing van € 37 per maand.
Fred Lingg, directeur UNIT4 Financiële Intermediairs: "De belastingverlaging is goed nieuws voor de huizenkoper. Het zijn serieuze bedragen waarmee de consument zijn koopkracht verbetert ten opzichte van de oude situatie. We kunnen met onze hypotheeksoftware iedere situatie doorrekenen."
Tabel: Consumentenvoordeel verlaging overdrachtsbelasting*

* Voor het precieze bedrag wordt de aanstaande huizenkoper aangeraden om contact op te nemen met zijn adviseur die de werkelijke besparing makkelijk en snel kan doorrekenen.
Donderdag 30 juni 2011 - Vijfenzeventig procent van de potentiële Nederlandse huizenkopers stelt de plannen om een huis te kopen uit, als gevolg van de onduidelijkheid over de toekomst van de overdrachtsbelasting. Dat meldt De Hypotheker op basis van navraag bij mensen die een oriënterende afspraak hadden bij de keten.
De keten roept het kabinet op om niet alleen snel een besluit te nemen over deze heffing, maar dit ook snel door te voeren. "Geruchten dat het kabinet de overdrachtsbelasting wil afschaffen zorgen alleen maar voor extra onrust op de woonmarkt", aldus Bas Millenaar, directeur van De Hypotheker."Uit onze enquête blijkt dat mensen wachten met het kopen van een huis tot er duidelijkheid is over de overdrachtsbelasting. Om de huizenmarkt niet langer op slot te houden moet de afschaffing zo snel mogelijk plaats vinden. Pas dan komt er weer beweging in."
Volgens De Hypotheker koopt 86% van de ondervraagden sneller een huis wanneer de overdrachtsbelasting wordt afgeschaft. Millenaar: "Als de regering afschaffing dus snel doorvoert, zullen potentiële huizenkopers hun plannen niet langer uitstellen en meer consumenten geneigd zijn een huis te kopen. En dat kan de woningmarkt op dit moment zeer goed gebruiken."
Bron: De Hypotheker, 30-06-2011
Woensdag 29 juni 2011 - De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) gaat vanaf 1 juli ieder geregistreerd voertuig minimaal één keer per jaar controleren of het verzekerd is. Tot nu toe gebeurde dit steekproefsgewijs. Als uit een controle blijkt dat er geen verzekering geregistreerd staat, kan de kentekenhouder een boete krijgen.
Mensen die hun auto, motor of brommer niet verzekeren, kunnen straks vrijwel zeker een boete tegemoetzien. Ook kan de boete van 380 euro worden herhaald tot maximaal drie keer per jaar (ruim 1.100 euro). Omdat het een administratieve boete wordt, kan het geld bovendien makkelijker worden geïnd als de betrokkene weigert te betalen.
Dat blijkt uit de wet van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie (die per 1 juli 2011 van kracht wordt). Kern is dat de handhaving van de wettelijke verplichte verzekering wordt geïntensiveerd en de boetes eenvoudiger zijn af te handelen. Als bij een vierde controle blijkt dat het voertuig nog steeds niet is verzekerd, dan komt de zaak voor de strafrechter.
Volgens Justitie is het aantal onverzekerde voertuigen groot. In 2009 ging het om 243.000 voertuigen, waarvan 68.000 brom- en snorfietsen en 175.000 overige voertuigen. Dat moet omlaag, vindt Opstelten. Hij wijst daarbij op de maatschappelijke schade. In 2010 keerde het Waarborgfonds Motorverkeer in totaal bijna 9,4 miljoen euro uit aan gedupeerden van schade die veroorzaakt was door een niet-verzekerd voertuig (cijfers uit het jaarverslag 2010 van het Waarborgfonds).
De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) controleert voortdurend of kentekenhouders verzekerd zijn. Maar vanwege de druk op het rechtssysteem kan op dit moment jaarlijks slechts opgetreden worden tegen ongeveer 60.000 mensen die onverzekerd rondrijden. De huidige boete is met 390 euro iets hoger, maar dat is een transactievoorstel waar de officier van justitie aan te pas moet komen als er niet wordt betaald.
Doordat het nu een administratieve boete wordt, kan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) de boete opleggen en het geld ook innen. Als niet wordt betaald, kan het bureau beslag leggen op inkomsten. Straks kan dan tegen elke overtreder worden opgetreden, aldus Justitie. Verwacht wordt dat het aantal onverzekerde auto's zal halveren. (Bron: Verbond)
Maandag 27 juni 2011 - Het aantal zakelijke dienstverleners dat verwachtte dat hun omzet in de komende drie maanden toe zal nemen, was in juni kleiner dan het aantal dat een afname voorzag.
In juni en juli zijn er doorgaans meer ondernemers die een afname verwachten dan in andere maanden. Seizoeneffecten spelen hierbij volgens het CBS mogelijk een rol. Over hun toekomstige personeelssterkte waren de zakelijke dienstverleners in juni ook pessimistischer dan in mei. Het aantal ondernemers dat verwacht hun personeelsomvang in de komende drie maanden in te krimpen was groter dan het aantal dat een uitbreiding voorzag. Voorgaande maand hielden beide groepen elkaar nog in evenwicht.
Net als in mei was het aantal ondernemers dat dacht hun prijzen in de komende drie maanden te verhogen ongeveer even groot als het aantal dat een prijsdaling voorzag. Over het economisch klimaat waren de zakelijke dienstverleners in juni iets optimistischer dan in de voorgaande maand.
Bron: CBS, 24-06-2011
Vrijdag 24 juni 2011 - Tien uur voor een hypotheekadvies, dat vindt de gemiddelde consument een mooie tijdsbesteding. Dat blijkt volgens AM uit een onderzoek in opdracht van de Stichting Erkend Hypotheekadviseur. SEH zegt dat een advies in de praktijk gemiddeld 25 uur kost.
"Veel consumenten hebben geen reëel beeld van de taken van een hypotheekadviseur en met name de tijd die dit kost." Starters denken nog dat een compleet hypotheekadvies in totaal zo'n 14 uur kost. Oversluiters denken dat 6 uur genoeg is, doorstromers 10 uur.
Starters zijn dan ook bereid de hoogste vergoeding te betalen: 837 euro, omgerekend 60 euro per uur. Doorstromers vinden 672 euro mooi (67,50 per uur) en oversluiters 472 euro (80 euro per uur). Hoger opgeleiden vinden een hoger bedrag acceptabeler. SEH verbindt aan de uitkomsten van het onderzoek de conclusie dat "de markt niet klaar is voor advies op fee-basis".
Bron: AM Web, 24-06-2011
Donderdag 23 juni 2011 - Op het gebied van fiscaal gunstig sparen voor pensioen en eigen woning zijn vorig jaar meer bankspaarrekeningen geopend dan levensverzekeringen gesloten, zo meldt het Verbond van Verzekeraars.
Tegenover 193.000 nieuwe polissen stonden in 2010 circa 212.000 spaarrekeningen. Het marktaandeel van banksparen is daarmee opgelopen tot 52%; in 2009 was dat nog circa 25%. Het Verbond baseert zich op cijfers van het CBS en het eigen Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS). Kanttekening is dat in het aantal spaarrekeningen ook royementen zitten. "Niettemin zal het royement onder nieuwe spaarrekeningen waarschijnlijk niet groot zijn."
Vooral de hypotheekgebonden verzekeringen hebben te lijden van de opkomst van banksparen: het aantal nieuwe hypothecaire beleggingsverzekeringen is vorig jaar met 55% gedaald; het aantal gesloten polissen in geld ten behoeve van de aflossing van de eigenwoningschuld is met 16% teruggelopen.
Het totaal aantal bankspaarrekeningen is vorig jaar gegroeid tot 464.000 (237.000). Daarop is € 7,1 (2,7) mld gestort. Het aantal nieuwe individuele levensverzekeringen is in 2010 teruggelopen tot 750.000 (920.000); die leverden € 4,5 (5,3) mld premie op.
Dinsdag 14 juni 2011 - Vier procent van de verkeersletselzaken die door verzekeraars wordt behandeld is na drie jaar nog niet afgewikkeld, bijvoorbeeld omdat er nog medische behandelingen plaatsvinden en de medische 'eindtoestand' niet is bereikt. Toch wil het Verbond dit percentage dichter bij het nulpunt brengen door opnieuw het letselschadeproces onder de loep te nemen.
Deze belofte deed Verbondsdirecteur Leo De Boer vorige week donderdag tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over letselschade. De bijeenkomst was georganiseerd door de Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie. Centraal stond het rapport 'De Gedragscode Behandeling Letselschade: een goed bewaard geheim?' van Stichting De Ombudsman. Hierin kraakte de Ombudsman in maart enkele kritische noten over de uitwerking van de code in de praktijk van alle dag.
De afwikkeling van met name zware letselschadezaken laat volgens het rapport te wensen over. Naast het Verbond waren door de Tweede Kamercommissie onder meer vertegenwoordigers uit de wetenschap, advocatuur, Stichting De Ombudsman, Slachtofferhulp Nederland en het Platformoverleg Letselschade Raad uitgenodigd om hun standpunt over het rapport en de aanbevelingen met de commissie en overige aanwezige partijen te delen.
Bekendheid code vergroten
Sinds de introductie van Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) in 2006 is er intern door vele partijen in de sector hard gewerkt aan de implementatie van de code. In de praktijk blijkt echter dat het slachtoffer de GBL vaak helemaal niet kent. Aan de herkenbaarheid van de code bij het grote publiek wordt de komende tijd extra aandacht gegeven.
Ook verzekeraars zullen daaraan hun steentje bijdragen. De Boer: "Wij onderschrijven de aanbevelingen van De Letselschade Raad en Stichting De Ombudsman en willen ons hard maken om het proces te versnellen. Zo willen we ons concentreren op een betere bekendheid van de GBL onder slachtoffers, willen we normen concretiseren, termijnen aanscherpen en processen en de normering van bedragen versnellen." Alle Verbondsleden hebben zich gecommitteerd aan de GBL. "Voor een optimale werking zou het Verbond graag zien dat ook de advocatuur zich aan de code verbindt", aldus De Boer.
Cijfers
Verzekeraars krijgen jaarlijks zo'n 60.000 letselschademeldingen binnen. Uit cijfers van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek blijkt dat na drie jaar 96% van de verkeersletselzaken is afgewikkeld. Vier procent staat dan nog open, bijvoorbeeld omdat er nog medische behandelingen plaatsvinden en de medische 'eindtoestand' niet is bereikt. Niettemin vindt het Verbond dat het aantal openstaande zaken verder omlaag kan én moet.
Bron: www.vbnet.nl 14-06-2011